Meervoudige Intelligentie
De theorie van de Meervoudige intelligentie (MI) is door Howard Gardner, Amerikaanse hoogleraar cognitie en onderwijs aan de Harvard Graduate School of Education, geïntroduceerd in 1983 in het boek Frames of Mind: The Theory of Multiple Intelligences.[1] Gardners inzichten zorgden voor een nieuwe kijk op leren en de waarde van onderwijs. De MI-theorie van Gardner, ‘(…) op basis van empirische bevindingen in de hersenwetenschap, de psychologie, de antropologie en andere relevante disciplines’[2], is niet geheel onomstreden en er ontbreekt wetenschappelijke consensus voor.

‘Intelligentie is een relatief begrip. Het geeft de mate van verstandelijke vermogens aan ten opzichte van een vergelijkbare (leeftijds)groep. Die relatieve plaats in verhouding tot de intelligentie van anderen blijft voor de meeste mensen het hele leven vrijwel dezelfde; sommigen kunnen daarentegen sterk van positie veranderen.’[3] Intelligentie is tevens een dynamisch begrip; een manier en een vaardigheid van informatieverwerving en verwerking. In diverse theorieën gaat men er vanuit dat bij ieder persoon ten minste twee soorten intelligentie zijn te onderscheiden, namelijk:
.De algemene intelligentie, ook wel vloeiende intelligentie genoemd, dit is  het verstandig inzicht tonen in heel verschillende situaties, gerelateerd aan snelheid, gemak en het leggen van verbanden.
.De specifieke intelligentie, die meer is uitgekristalliseerd en ook wel talenten wordt genoemd.[4] Deze persoonlijke sterke kanten (talenten) zijn een combinatie van vermogen en voorkeur en worden door Gardner uitgesplitst in diverse intelligenties; de Meervoudige Intelligenties. Bij Gardner is de vraag niet meer ‘Hoe intelligent ben jij?’, uitgedrukt in intelligentiequotiënt (IQ) maar ‘Hoe ben jij intelligent?’.

Gardner onderscheidt in zijn theorie acht verschillende intelligentiegebieden, namelijk:
.Verbaal/linguïstische intelligentie (woordslim)
.Logisch/mathematische intelligentie (rekenslim)
.Visueel/ruimtelijke intelligentie (beeldslim)
.Muzikaal/ritmische intelligentie (muziekslim)
.Lichamelijke/kinesthetische intelligentie (beweegslim)
.Interpersoonlijke intelligentie (mensslim)
.Intrapersoonlijke intelligentie (zelfslim)
.Natuurgerichte intelligentie (natuurslim)
En een ‘eventuele’ negende intelligentie; Existentiële intelligentie (bestaansslim), maar volgens Gardner zelf staat deze te ver af van de overige acht intelligenties.[5]

Gardners definitie van intelligentie betreft; ‘een biopsychologisch potentieel om informatie te verwerken, dat in werking kan worden gesteld in een culturele situatie om problemen op te lossen of producten te scheppen die van waarde zijn in een cultuur.’[6] Vermogens die wel of niet worden geactiveerd bij een persoon en het activeren hiervan is afhankelijk van een aantal ‘motiverende’ factoren die cultureel bepaald zijn (waarden en kansen) en door persoonlijke beslissingen die worden genomen (individueel en/of gestuurd door familie, school).[7] Volgens Gardners uitsplitsing zijn er diverse manieren om intelligent te zijn en heeft ieder persoon meerdere intelligenties (talenten) en niet één, want verschillende taken en complexe problemen eisen vaak meerdere intelligenties. Elk persoon heeft een andere ‘unieke’ intellectuele compositie waarbij de ene intelligentie sterker is ontwikkeld dan de andere. Daarnaast liggen de intelligenties niet vast, ze zijn niet gefixeerd, deze kunnen zich gaandeweg ontwikkelen. Het verder ontwikkelen van één bepaalde intelligentie heeft een positief effect op de ontwikkeling van de andere intelligenties, het geïsoleerd trainen van één deel van de hersenen is namelijk onmogelijk ten opzichte van de andere delen, aldus de MI-theorie van Gardner.

In het kunstmuseum
Zoals hierboven opgemerkt bezit ieder mens een eigen mix van de acht intelligenties-soorten en bepalen voorkeur en ontwikkeling je sterke kanten en hoé je slim bent. Een aantal van deze intelligenties suggereren duidelijk artistieke prioriteiten en dit kan de reden zijn dat MI vaak een bijzondere aantrekkingskracht op voorstanders van aandacht voor de kunsten hebben.[8] De Meervoudige Intelligentie-didactiek is dan ook een krachtige tool die het museumbezoek meer betekenis kan geven.

Door als kunstmuseum te differentiëren middels de MI-theorie binnen het educatieve aanbod treed je meer de specifieke interesses en vermogens van jongeren tegemoet en wordt deze bevorderd in zijn/haar competenties. Deze uitdagende MI-didactiek is een vorm van authentiek leren dat in de juiste conditie het coöperatief leren in de hand werkt. Zo verwordt het leren tot een sociaal proces, want iedereen ziet, hoort, voelt en ervaart verschillende dingen. Visible Thinking en Art-Based Learning zijn educatieve methoden die hierop inspelen door hun diversiteit, het open en uitdagende karakter en de flexibele toepassing ervan. Door jongeren bijvoorbeeld ‘(…) uitdagende vragen te stellen op wisselend niveau, kun je hen een gevoel bijbrengen van de talloze mogelijke benaderingen van kunstwerken. Wanneer iemand de reacties van anderen hoort of ziet, vooral die van een hoger niveau, kan zijn eigen denken complexer en rijker worden.’[9] Aldus Gardner over het Visual Thinking Curriculum van het MoMA ontwikkelt in samenwerking met Project Zero.

Zie: De acht verschillende intelligentiegebieden en hun vermogens PDF

[1] Howard Gardner is eveneens verbonden aan Harvard Project Zero, een
onderzoeksgroep in educatie; zie Visible Thinking en Artful Thinking.
[2] Gardner, H., 2006, p. 85
[3] Kohnstamm, R., 2004, p .35
[4] Kohnstamm, R., 2004, pp. 36-37
[5] Gardner, H., 2006, p. 68
[6] Gardner, H., 2006, p. 39
[7] Gardner, H., 2006, p. 39
[8] Gardner, H., 2006, p. 139
[9] Gardner, H., 2006, p. 180